Terug naar stories

Dit najaar is in PARK de tentoonstelling Nabeeld te zien met het werk van kunstenaars die een werkperiode hebben gehad in het gastatelier van het Van GoghHuis in Zundert. Ik sprak met Rob Moonen, kunstenaar, initiatiefnemer en lid van de werkgroep van PARK over de tentoonstelling, de samenwerking met het Van GoghHuis het ‘nabeeld’ van een residentie en het belang van residenties voor kunstenaars.

Wiesje Peels & Steffen Maas.
foto: Henk Geraedts

Hoe is het idee voor deze tentoonstelling ontstaan?

‘Het was ons als werkgroep van PARK opgevallen dat er veel parallellen zaten in de kunstenaars die het van GoghHuis onderbrengt en die wij hier in PARK tonen. We hebben contact gezocht met Ron Dirven van het Van GoghHuis en hij nodigde ons uit om een maand lang te komen ervaren wat zo’n residentie is. Omdat het niet mogelijk was met vier mensen daar tegelijkertijd te gaan werken hebben we besloten om er allemaal een week te gaan zitten. We kozen ervoor dit verblijf vanuit onze eigen artistieke loopbaan te benaderen en zo met het eigen werk de plek te doorgronden.’

‘Door een week door te brengen op een plek waar alles zwanger is van Van Gogh, als je daar tenminste voor open staat, werden we aan het denken gezet over hoe de andere residenten hun verblijf hebben beleefd en met name wat er nog na-ebt van de ontmoeting met die plek nadat je weer terug bent in je eigen atelier.’

wandinstallatie Ronny Delrue.
foto: Henk Geraedts

Kun je iets meer vertellen over de inhoud van de tentoonstelling en hoe jullie de kunstenaars hebben geselecteerd?

‘Iedere kunstenaar die een residentie heeft in het Van GoghHuis schenkt een werk dat tijdens de werkperiode is gemaakt aan hun collectie. Tijdens de maand van onze residentie in het gastatelier planden we op de dag dat we wisselden een ontmoeting met z’n vieren en bekeken we deze collectie. Dit project gaat expliciet om de samenwerking met het Van GoghHuis, maar inhoudelijk hebben wij van PARK de keuzes gemaakt. Het gaat bij PARK echt om de beeldende kunst; een zinnebeeld dat te zien of te ervaren is en de keuze van de kunstenaars past in de lijn van onze tentoonstellingen.’

‘Voor deze expositie hebben we het verblijf beschouwd als een scharnierpunt, de kunstenaars hebben er allemaal een maand gezeten. We wilden laten zien wat er tijdens de residentie is ontstaan en hoe dat verblijf nog door echoot in het werk dat daarna is gemaakt. Het nabeeld geeft aan wat de waarde van zo’n residentie kan zijn. Biedt je tijdelijk onderdak aan een kunstenaar of levert het artistiek inhoudelijk meer op?’

voorgrond: Heringa/Van Kalsbeek, links: Koen Vermeule, rechts: Florette Dijkstra.
foto: Henk Geraedts

‘In de tentoonstelling zijn de werken te zien die wij gekozen hebben uit de collectie van het Van Goghhuis. Vervolgens vroegen we aan de kunstenaars welk werk ze daarbij wilden laten zien met inachtneming van de vraag: in hoeverre heeft het werken in die context, de confrontatie met de geest van Van Gogh, of hoe je dat wilt noemen, zijn effect en hoe is dat traceerbaar in je huidige werk? Bij de een is dat heel duidelijk aantoonbaar, bij de ander zit dat in het idee of het werkproces. Met deze tentoonstelling willen we de diversiteit in de beleving van zo’n residentie tot uitdrukking brengen. Neem de schilderijen van Koen Vermeule: de liggende Vincent in het atelier is in het gastatelier van het Van GoghHuis geschilderd, de drie andere werken zijn dit jaar gemaakt. Voor Vermeule zit het meer in het geestelijke aspect, in hoe je de omgeving waarneemt. Het is bijvoorbeeld niet te vergelijken met hoe Lennart Lahuis in het gastatelier heeft nagedacht over de vergankelijkheid van tekst en is gaan experimenteren met teksten die in water geschreven werden en wat daar dan van overblijft. Zijn werken gaan over transparantie en tijdelijkheid. Hoewel hun werk bijna haaks op elkaar staat is de onderliggende verbintenis dat ze daar allebei een maand zijn geweest.’

Voor deze expositie hebben we het verblijf beschouwd als een scharnierpunt. Het nabeeld geeft aan wat de waarde van zo’n residentie kan zijn.

installatie Lennart Lahuis.
foto: Henk Geraedts

Hebben jullie ook zelf werk gemaakt tijdens de residentie?

‘Jazeker. Het doel daarachter was het doorgronden van die plek. In ieder geval voor mij was dit een mogelijkheid om me een week af te sluiten en helemaal in de materie te duiken. Ik vond het heel waardevol om lange dagen te werken en zelf te bepalen wanneer ik ophield. We hebben allemaal op onze eigen manier iets met de ontmoeting met Van Gogh gedaan en dat levert heel verschillende dingen op. Ik ben gaan lezen over Vincent van Gogh. De sterfdag van Van Gogh is mijn verjaardag en ik ben helemaal in dat verhaal gedoken: wat is er gebeurd, de dagen voorafgaand aan die dag? Er zijn allemaal vage verhalen, uiteindelijk heb ik het pistool gevonden waarmee Vincent zichzelf in de buik geschoten zou hebben. Het heeft jarenlang in de collectie van het Van Goghmuseum gezeten en is uiteindelijk verkocht. Ik heb dat pistool als uitgangspunt genomen en daar een bronzen tegenhanger van gemaakt.’

Wat kun je zeggen over het belang van een residentie voor een kunstenaar?

‘Wat ik belangrijk vond is dat ik een week ongestoord heb kunnen werken en ik denk dat voor ieder van mijn collega’s hetzelfde geweest is. Je bent een week weg, in een andere omgeving, de dagelijkse ruis is aan de kant geschoven en je kunt je focussen op je werk of iets anders van jouw keuze. Het geeft de mogelijkheid, de ruimte en de tijd om met iets bezig te zijn dat niet voor de hand ligt. Je kunt geconcentreerder te werken, dieper ergens op in te gaan en veel meer produceren.’

Renée van Trier
foto: Henk Geraedts

‘Residenties zijn van onschatbare waarde: je bent weg uit je eigen comfortabele zone, en werkt in een vreemde omgeving, zeker in het buitenland waarbij je zelfs een soort exoot kan zijn. De confrontatie met de andere context is heel erg boeiend. Het creëren van een vrijplaats voor kunstenaars is van groot belang. En het vertrouwen van derden naar een kunstenaar toe: hier heb je de ruimte en de tijd en een beetje geld en ga maar iets doen. Een aantal van de werken die je hier ziet hadden niet gemaakt kunnen worden zonder dat verblijf.’

De tentoonstelling Nabeeld is tot 25 oktober 2020 te zien en toont werk van Ronny Delrue, Florette Dijkstra, Arpaïs Du Boi, Heringa/Van Kalsbeek, Wiesje Peels & Steffen Maas, Lennart Lahuis, Lieven Segers, Koen Vermeule en Renée van Trier


Auteur: Ruth de Vos