Terug naar stories

Bij aankomst in het atelier is er heel veel maar niets wat Sef Peeters gewoon is. Dat ligt op zijn eigen atelier. Het atelier in Zundert is leeg met alleen nog de herinnering aan de vorige gebruikers wat na een grondige schoonmaak door Sef zoveel mogelijk is verwijderd.

Met niets in je handen

Een werkperiode is je intrek nemen op een andere plek en dan kijken wat er gebeurt, wat is de betekenis van zo’n plek? Hoe moet je werken in een raar atelier zonder echte muren dat half een gevangenis lijkt en half een etalage. “Ik heb geen ambacht, geen metier omdat ik conceptueel kunstenaar ben. Ik kon van te voren niet bedenken wat ik moest meenemen om te kunnen werken. Ik heb ook niet specifiek iets met Vincent afgezien van het feit dat hij als kunstenaar wel een ijkpunt in de geschiedenis is dus ongewild bouw je wel een relatie met hem op. Ik begon dan ook met een advies van Vincent aan een andere kunstenaar, een citaat dat je niet zo snel aantreft in de klassieke literatuur over Vincent van Gogh omdat deze de mythe van de getormenteerde kunstenaar tegenspreekt.”

Om goed werk te maken moet je goed eten, goed wonen, van tijd tot tijd een nummertje maken, in alle rust je pijp roken en je koffie drinken.

De wereld van nu is een andere wereld dan toen Vincent er was, ook Zundert is veranderd. Huizen zijn veranderd, straten, de mensen maar ook de ideeën over het maken van kunst. “Ik zag de dahliavelden en de strakke rijen aanplant van de kwekerijen rond Zundert, netjes en efficiënt. Ik ben een tuinderszoon en herkende de wereld van mijn jeugd. Ik liep hier Dirk van de Broek binnen waar de Engelse drop in de aanbieding was. Lekker dacht ik, en kocht de drop. In het atelier viel het kwartje, de drop werd mijn materiaal om de wereld waarin ik was beland te verbeelden en dat kan alleen maar als je niets hebt.”

Altijd ademhalen

Sef wilde alle aandacht richten op de residentie in Zundert maar had ook de uitnodiging gekregen om bij galerie Cokkie Snoei in Rotterdam te exposeren en dat viel net in deze periode. Hij dacht een paar dagen daarvoor nodig te hebben, maar dat werd een hele week en een breuk in de werkperiode. Het vermengde zich met het werkproces en van de weeromstuit werd Sef na de opening ook heel erg verkouden.

“Sjarel Ex opende de expositie met een prachtig betoog over mijn werk, hij noemde mij een meester in het falen. Dus dat speelde toen ook een rol in het tweede deel van mijn werkperiode. Het falen, en dat het niet meer iets is wat ik onbekommerd mag doen. Het falen schept nu ook verwachtingen. Ik vatte het op als een rad van fortuin, een soort van cyclus, het gaat omhoog en dan weer omlaag. Dat werden tekeningen waarin de woorden slagen en falen een rol spelen, met de klok mee bewegend. Een ander idee dat al jaren met mij meereisde, maar ik hier pas kon uitvoeren, is Ademhalen. Dit zat al zo lang te wringen, het moest er van komen. Dit is uiteindelijk het hoofdthema geworden. Dit komt vanuit mijn eigen historie, gewoon doorgaan, altijd ademhalen. Hier vond ik de concentratie, daarom kon ik het hier wel maken.”

Met de verkeerde dingen

De belangrijkste ontdekking van Sef, desgevraagd, is misschien wel dat de dingen gewoon doorgaan. Dat de dingen mogen mislukken, en dat mislukken niet hetzelfde is als falen. “Het citaat van Vincent kan ook het tegenovergestelde betekenen dan het rusten en reflecteren op zijn tijd om als kunstenaar je grote werken te maken, namelijk dat je misschien wel helemaal geen kunst hoeft te maken. Maar ik denk dat hij altijd wel een kunstenaar was, in ieder geval meer dan een dominee. In zijn manier van kijken was hij een landschapsschilder, al was het landschap in zijn tijd waarschijnlijk veel rommeliger.

Ik kan zwaar op de hand zijn. Ik probeer mezelf te leren kennen en mezelf in mijn werk mee te delen. Maar er is altijd de twijfel over wat de anderen eraan hebben. Licht zijn en licht denken is leuk maar waar blijft de boodschap aan de mensen? Ik ben misschien zelf een beetje een ‘dominee’. Maar nu voel ik weer lichtheid, ik kan weer spelen. Werk maken is een manier om voor mezelf een taal te vinden die ook betekenis voor anderen heeft. Dat geeft soms wel een goed gevoel, dat iets een betekenis heeft. Het werk slagen en falen met een kleine g is dan ook mijn favoriet. Ik had geen G tussen de letters die ik gebruik en dan is slagen zo goed als onmogelijk. De tekening, het werk, is zwaar, het gaat over een zwaar gegeven, maar toch wel met humor.”

Zoals een expositie

Het probleem van een werkperiode is het tonen van het werk aan het eind omdat van sommige werken soms nog niet duidelijk is hoe dit te waarderen. Het zijn vaak ontdekkingen die zich in het beginstadium bevinden. Zijn het uitstapjes, of een begin van iets nieuws, en wanneer weet je dat? Ondanks dat het je het laat zien, of misschien juist daardoor. Is de optelsom van indrukken een expositie of een verslag?

“Een tentoonstelling is heel absoluut. En de druk van prestatie is niet altijd leuk. Het is het logische einde van een residentie maar het geeft ook stress. Er moeten dingen gemaakt zijn, af zijn, want er zijn vrijwilligers die de galerie openhouden, ik moet ook twee werkjes afgeven. Dat schept verplichtingen, zelfs veel meer dan ik wilde. Ik had lang geleden toegezegd om aan het eind een workshop te geven aan jongeren, de Nieuwe Vincent. Ik dacht dat deze zou samenvallen met de expositie hier, niet dus. Toen moest ik iets bedenken en daar tijd in steken in plaats van in mijn eigen werk. Ik wilde ze een beetje laten voelen hoe mijn residentie was en gaf ze een opdracht waarna ze zelf mochten schilderen. Maar ik had wel de kwasten verstopt, zodat ze hun eigen manier van werken moesten ontdekken. Of ze nu meer kennis hebben over kunst maken of over Vincent weet ik niet. Ik ben zelf wel anders over Vincent gaan denken, of eigenlijk meer over hem gaan denken, ik dacht er nooit zo over na.”

Sef Peeters werkte in de maand oktober 2018 als ‘artist-in-residence’ in het gastatelier van het Vincent van Goghhuis. De resultaten van deze werkperiode werden geëxposeerd van 2 tot en met 30 november 2018 in de Van GoghGalerie.

Auteur: Esther van Rosmalen
Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van
Witte Rook op 28 november 2018